8 april 2017

Over Midden-aarde

In de oudste tijden was er Eru, de Ene, die in Arda Ilúvatar wordt genoemd. Hij schiep als eerste wezens de Ainur en zij maakten een groots muziekstuk voor hem. Door die Muziek ontstond de Wereld (Arda) want Ilúvatar maakte het lied van de Ainur zichtbaar. Daarop daalden velen van de Ainur af naar Arda.

De Ainur waren onderverdeeld in de Valar en de Maiar, die van mindere rang waren dan de Valar. De Valar hadden 7 Heren (Manwë, Ulmo, Aulë, Oromë, Mandos, Lórien en Tulkas) en 7 Koninginnen (Varda, Yavanna, Nienna, Estë, Vairë, Vána en Nessa). Zij begonnen Arda vorm te geven, maar werden veelvuldig dwarsgezeten door Melkor, die zijn eigen plannen met Arda had en jaloers was op het werk van de andere Ainur. Melkor werd daardoor niet langer meer tot de Valar gerekend.

Samen met Manwë was hij de machtigste van de Valar, maar hij verspilde zijn kracht in geweld en tyrannie. Want hij begeerde Arda en alles wat het bevatte, verlangend naar het koningschap en de heerschappij. Dit leidde tot de eerste oorlog tussen de Valar en Melkor. In die tijd kwam Tulkas als laatste Vala naar Arda en Melkor vluchtte voor zijn toorn want hij was groot in kracht, kon harder rennen dan alle wezens die voeten hadden en was onvermoeibaar.

Arda kende lange tijd vrede, de Lente van Arda. De Valar maakten in die tijd de Twee Lampen, want er was behoefte aan licht. In het noorden van Midden-aarde stond Illuin en in het zuiden Ormal. Ondertussen bouwde Melkor zijn fort Utumno in het noorden. Onverwachts viel hij Illuin en Ormal aan, haalde hun zuilen omver en brak hun lampen. Daardoor werd de woonplaats van de Valar in Midden-aarde volkomen vernietigd. De oorspronkelijke vorm van Midden-aarde veranderde en werd nooit meer hersteld.

De Valar vertrokken naar Aman, het westelijke van alle landen aan de grenzen van de wereld. In de streek Valinor bouwden zij hun huizen, tuinen en torens. Aan de kusten van de zee maakten zij de Bergen van Aman. Met als hoogste berg de Taniquetil waar Manwë en Varda vanuit hun zalen uitkeken tot in het verste Oosten. Daar maakt Yavanna de Bomen Laurelin en Telperion, als vervanging van de Twee Lampen.

Varda begon met het maken van de sterren en toen ze klaar was ontwaakten de eerste Elfen bij het meer van Cuiviénen, in het oosten. Zij sterven niet totdat de wereld sterft, tenzij ze worden gedood of van verdriet omkomen. Gestorven Elfen worden verzameld in de Zalen van Mandos in Valinor.

Bij toeval ontdekte Oromë de Elfen in Midden-aarde. Hij ging terug naar Valinor om dit te melden aan de andere Valar. Na lang beraad besloot Manwë om de Elfen te beschermen tegen Melkor, die eerder dan de Valar op de hoogte was van het bestaan van de Elfen in Midden-aarde.

De Valar trokken ten strijde tegen Melkor en zijn dienaren. Want hij was niet alleen. Velen van de Maiar voelden zich tot zijn macht aangetrokken of waren overgehaald met leugens en verraderlijke geschenken. De bekendste van deze dienaren waren de Valaraukar, de gesels van vuur, ook wel Balrogs genoemd. De grootste dienaar van Melkor was Sauron, ooit een Maia van Aulë. Hij voerde het bevel over Angband, een fort en arsenaal niet ver van de noordwestelijke kusten, gebouwd om iedere aanval vanuit Aman te kunnen afslaan. Uiteindelijk werden Utumno en Angband verwoest. Sauron vonden de Valar niet, maar Tulkas versloeg Melkor en bond hem met de keten Angainor. Hij werd voor drie era’s gevangen gezet in de grote burcht van Mandos.

Daarna ging Oromë terug naar de Elfen. Hij nodigde hen uit om in Valinor te komen wonen samen met de Valar. Ingwë, Finwë en Elwë gingen als afgezanten een kijkje nemen in Valinor, samen met Oromë. Eenmaal terug weigerden toch vele Elfen om aan de oproep van de Valar gehoor te geven. Deze Elfen worden de Avari, de Onwilligen, genoemd.

Het volk van Ingwë ging het eerst op weg. Zij worden de Vanyar genoemd, de Blonde Elfen. Vervolgens vertrok het volk van Finwë, de Noldor genoemd of de Diepe Elfen. Als laatsten gingen de Teleri. Zij vormden de grootste groep Elfen. Zij treuzelden en verbleven lang aan de westelijke kusten. Zij worden de Zee-elfen genoemd.

De Zee-elfen hadden 2 heren, Elwë en zijn broer Olwë. Tijdens hun reis door Midden-aarde boog een deel van de Teleri af naar het zuiden, onder aanvoering van Lenwë. Zij vestigden zich in wat later bekend werd als Mirkwood (Demsterwold) en Lórien. Deze Elfen worden de Nandor genoemd. Na een lange tijd leidde Denethor een deel van dit volk over de Blauwe Bergen naar Beleriand. Op dat moment is dat het meest westelijke land van Midden-aarde.

Toen Elwë een keer zijn vriend Finwë wilde bezoeken, ontmoette hij in het woud van Nan Elmoth, Melian, een vrouwelijke Maia. Ze werden verliefd en stichtten een rijk in Doriath. Elwë, die later Elu Thingol werd genoemd, wat Koning Grijsmantel betekent, werd Heer van alle Elfen uit Beleriand. Deze Elfen worden de Sindar genoemd.

De Vanyar en de Noldor vestigden zich in Valinor terwijl de Teleri op het eiland Tol Eressëa voor de kust van Aman bleven wonen. Yavanna maakte voor de Vanyar en Noldor een kleiner evenbeeld van Telperion. Een zaailing hiervan werd later de Witte Boom van Númenor en Gondor.

Toen Melkor zijn drie era’s gevangenschap erop had zitten, vroeg hij vergiffenis en beloofde de Valar te helpen bij al hun werken. Manwë schonk hem gratie, maar hij mocht Valinor niet verlaten. Melkor liet niets merken, maar hij haatte de Elfen van Valinor, omdat hij die zag als de oorzaak van zijn eigen val. En hij begeerde de Silmarillen. De drie grote juwelen die Fëanor, de oudste zoon van Finwë, had gemaakt en waarin het vermengde licht van de Twee Bomen was gevat.

Hij probeerde met leugens, boze geruchten en valse raad de Noldor tegen de Valar op te zetten. Toen dat bekend werd vluchtte Melkor uit Valinor en verdween. Melkor ging naar het zuiden van Aman om Ungoliant te zoeken, die de gedaante had van een monsterlijke spin. Tijdens een feest van de Valar en de Elfen, keerden zij samen terug naar Valinor. De Twee Bomen werden vergiftigd door Ungoliant. Melkor roofde de Silmarillen uit het huis van Fëanor en doodde Finwë die was achtergebleven.

Fëanor zwoer bij het bericht over de roof en de dood van zijn vader, een verschrikkelijke eed samen met zijn zeven zonen. Door zijn eed werd Fëanor verbannen. Fëanor vervloekte Melkor en noemde hem Morgoth, Donkere Vijand. Onder die naam was hij vanaf die tijd bekend. Morgoth keerde terug naar Midden-aarde en herbouwde Angband.

Fëanor zette de achtervolging in en nam met geweld de schepen van de Teleri in Alqualondë. Toen Fëanor en zijn zonen in Midden-aarde aankwamen, verbrandden zij de schepen van de Teleri. De gloed van de vlammen waren tot in Aman te zien. De achtergebleven Noldor wisten dat ze waren verraden. Een deel keerde terug naar Valinor, maar Fingolfin leidde de rest via het noorden, over land en ijs, naar Midden-aarde.

Een Orkleger viel Fëanor aan toen de schepen van de Teleri nog brandden. Deze slag wordt de Dagor-nuin-Giliath genoemd, de Slag onder de Sterren. Het leger van Fëanor behaalde de overwinning en dreef de Orks terug richting Angband. Fëanor bevond zich in zijn overmoed ver voor de voorhoede van zijn leger. Hij werd in het nauw gedreven en tenslotte dodelijk verwond door Gothmog, Heer van de Balrogs.

In Valinor werd van de laatste gouden vrucht van Laurelin de Zon gemaakt. Toen die voor het eerst aan de hemel stond, ontwaakten de eerste Mensen in het land Hildórien, een oostelijke streek van Midden-aarde. Uit de laatste grote zilveren bloem van Telperion werd de Maan gemaakt. Die verscheen voor het eerst toen het leger van Fingolfin Midden-aarde bereikte.