5 april 2017

In de Ban van de Ring

“Een lang verwacht feest” is het eerste hoofdstuk van Tolkiens bekendste werk: The Lord of the Rings, of In de Ban van de Ring zoals het boek in de bekroonde Nederlandse vertaling van Max Schuchart heet. Pas in 1954 verschenen de eerste twee delen van ‘het vervolg op The Hobbit’, The Fellowship of the Ring (De Reisgenoten) en The Two Towers (De Twee Torens). Een jaar later verscheen het completerende deel The Return of the King (De Terugkeer van de Koning).

Tolkien heeft zestien jaar aan In de Ban van de Ring gewerkt, omdat het uitgroeide van een tweede hobbitverhaal tot een machtig epos van ruim 1400 pagina’s over de aloude strijd tussen licht en duisternis, tussen goed en kwaad. Bovendien wilde Tolkien het verhaal van In de Ban van de Ring inpassen in zijn mythologische werk De Silmarillion. Bij het schrijven besteedde Tolkien veel aandacht aan zaken als flora en fauna, geografie (hij tekende zelf kaarten van Midden-aarde) en cultuur. Hij had vooral veel aandacht voor de talen van de Hobbits, de Elfen, de Dwergen, de Orks en de Mensen van Midden-aarde. Niet zo vreemd, als je bedenkt dat professor Tolkien een bekwaam taalkundige was. Door de veelzijdigheid, in combinatie met een spannend en complex verhaal en een uiterst beeldende stijl, zijn wereldwijd miljoenen exemplaren van In de Ban van de Ring verkocht. Het boek is uitgegeven in meer dan 20 talen, waaronder IJslands, Japans en Hebreeuws. Het is verheven tot een klassieker in de wereldliteratuur en in Engeland zelfs verkozen tot boek van de twintigste eeuw. Tolkien en In de Ban van de Ring kregen een ongekende populariteit die tot de dag van vandaag voortduurt. De laatste jaren is die populariteit nog toegenomen door de films van Peter Jackson. Als gevolg van alle belangstelling zijn in veel landen verenigingen van liefhebbers van Tolkien en zijn werk opgericht. Een daarvan is het Nederlandse Tolkiengenootschap Unquendor.