John Ronald Reuel Tolkien is op 3 januari 1892 geboren in Bloemfontein, Zuid Afrika. Hij is een zoon van Engelse ouders. Zijn vader was bankmanager. Hij overleed in 1896, een vrouw en twee zoontjes achterlatend. Die waren inmiddels naar Engeland teruggekeerd en hadden zich op het platteland bij Birmingham gevestigd. Hier ontwikkelde de jonge Ronald zijn passie voor het pretentieloze plattelandsleven, voor de natuur, voor bomen en vooral voor talen. Voor dit laatste was zijn energieke en dominante moeder Mabel verantwoordelijk. Zij leerde haar zonen Ronald en Hilary onder andere Latijn, Frans en Engels. Toen zij in 1904 overleed, had ze geregeld dat de voogdij voor de jongens toegewezen werd aan frater Fancis Xavier Morgan, die hen als goede Katholieken op moest voeden.
Vooral Ronald was een ijverige student. In 1910 won hij een beurs voor Exeter College in Oxford. De eerste twee jaren studeerde hij daar klassieke talen. Daarna stapte hij over op Engelse taal- en letterkunde. Tolkien had een bijzondere belangstelling voor middeleeuwse literatuur en taalgeschiedenis. Veel tijd besteedde hij aan zijn favoriete hobby: het ontwerpen van fantasie-talen. In 1915 studeerde hij af en een jaar later vertrok hij als tweede luitenant van de Lancashire Fusiliers naar de Somme en de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. In 1920 werd Tolkien docent aan de Universiteit van Leeds.In 1924 volgde zijn benoeming tot professor in de Engelse taal- en letterkunde, eerst in Leeds en een jaar later in Oxford. Inmiddels was hij in 1916 getrouwd met Edith Bratt. Zij kregen 4 kinderen: John, Michael, Christopher en Priscilla.
Een nieuw verhaal ontsprong aan Tolkien’s gedachten toe hij op een leeg examenformulier schreef ‘In a hole in the ground there lived a hobbit’. Hij wist niet eens wat een Hobbit was. Stukje bij beetje ontdekte hij het verhaal en las het aan zijn kinderen voor. In 1937 verscheen The Hobbit en het was meteen een succes.
De uitgever vroeg om een vervolg, waar Tolkien aan begon. En dit boek is, inderdaad, ‘The Lord of the Rings’. Het zou echter 16 jaar, veel versies en veel problemen kosten om het boek te publiceren. Enkele voorbeelden van de complexiteit: er werden meer dan 5 versies van het eerste hoofdstuk geschreven, Trotter was een hobbit in de rol van Aragorn, en hij droeg klompen. De Enten waren gemene wezens en het aantal leden van het Reisgenootschap stond lange tijd niet vast. Daarnaast had Tolkien ook de neiging overal op de schrijven en veel losse aantekeningen te maken. Zijn zoon Christopher hielp gelukkig goed mee. Hij las de manuscripten, gaf commentaar en tekende daarnaast de kaarten. Ook C.S. Lewis, de schrijver van Narnia, en Inklings kregen de manuscripten te horen of te zien.
In 1954 was het dan zover, hoewel het verhaal in 1948 al af was: het boek werd uitgebracht – maar wel in drie delen. De uitgever vond dat de kosten uit de hand zouden lopen als het 1 boek zou worden. Daarom hebben we tegenwoordig 3 delen. De boeken waren een enorm succes en het heeft vele nationale en internationale prijzen gewonnen. De Nederlandse vertaling door wijlen Max Schuchart was de eerste vertaling ter wereld.
Na de uitgave van The Lord of the Rings, richtte Tolkien zich wederom op The Silmarillion: zijn mythologie die nog altijd niet voltooid was. Hierbij is vooral opvallend dat in zekere zin het ‘mythologie voor Engeland’ aspect drastisch afneemt net als de invloed van al dan niet verzonnen talen als referentiepunt. Hij maakt in zijn werk veel meer plaats voor filosofische en theologische stukken (bijvoorbeeld over sterfelijkheid en onsterflijkheid en vraagstukken als: wat is het Kwaad?). Tot slot probeerde hij zijn oude verhalen in lijn te brengen met de ideeën en gebeurtenissen in The Lord of the Rings door een onderverdeling in Era's te maken.
In 1959 werd Tolkien emeritus professor in Oxford. Na deze tijd leefden de Tolkiens relatief rustig, onder andere in Bournemouth. Tolkien werkte door aan zijn mythologie, al had hij vrij weinig tijd, onder andere door de vele lezersbrieven. In 1971 overleed Edith en nog geen twee jaar later, in 1973, op 81 jarige leeftijd, overleed Tolkien zelf. Zijn mythologie bleef onvoltooid.