Oudere computerspelenOudere computerspelen

Dit artikel, oorspronkelijk geschreven door Johan Boots, is in iets andere vorm eerder verschenen in Lembas 124.

Even voor de goede orde: Tolkien zelf heeft nooit een computerspel gezien of gespeeld; het eerste echte spel – Pong – kwam enkele jaren na zijn overlijden uit. Ik betwijfel of Tolkien zelf ooit een computer heeft gezien. Pas ergens in de zestiger jaren kwamen deze apparaten voor het eerst aan op universiteiten zoals Oxford, maar niet in “stoffige” vakgebieden als Oud-Engelse Taal en Letterkunde. De eerste computers voor de huiskamer kwamen in het begin van de tachtiger jaren op de markt, waarvan de goedkopere types uitermate geschikt waren voor (simpele) spelletjes, de eerste generatie hiervan waren met name de Commodore-64 en de ZX-Spectrum.

Een van de eerste spelen voor de ZX-Spectrum was het tekstadventure “The Hobbit” uit 1982 en uitgegeven door Melbourne House. Dit adventure was een van betere tekstadventures uit die tijd en had een vrij grote woordenschat en bovendien een goede karakter wisselwerking. Een tekstadventure kan worden beschouwd als het lezen van een boek waarin je speler als hoofdpersoon enige wisselwerking met het verhaal heeft. Het begint meestal in een ruimte, die beschreven wordt. De speler typt dan werkwoorden soms gevolgd door zelfstandige naamwoorden in om dan een interactie te krijgen met zijn omgeving. Voorbeelden van die zinnen zijn:

  • Look: om een beschrijving van de omgeving te krijgen
  • Go up/down/north/… : om naar een volgende plaats te gaan
  • Open door/chest/envelope: om in een ander object te kijken 
  • Take sword/ring: om spullen te pakken
  • Say Friend: om de poorten naar Moria open te krijgen (dat werkte toen ook al!)

Als je iets slims deed (of wat in het verhaal past) dan werd je beloond met punten en kon je langzamerhand een stapje verder. Het hielp dus als je de Hobbit had gelezen. De bedoeling was een avontuur te beleven, het verhaal dus te volgen, waardoor je maximaal 100 punten kon krijgen. Door bugs kon het zelfs boven de 100 punten worden. Een screenshot van het begin van het spel:

Een verbeterde versie kwam vervolgens uit voor de Commodore-64 tezamen met de opvolgers The Lord of the Rings, game one (oftewel The Fellowship of the Ring) uit 1985 en later nog Shadows of Mordor (uit 1988). Deze andere tekstadventures waren niet echt geslaagd en volgden het verhaal niet echt. Van dit type spel zijn er vele opvolgers gemaakt. Sommige zijn gedeeltelijk op Tolkien’s wereld gebaseerd, andere hadden slechts een verwijzing naar een persoon/plaats.

Ondertussen was voor de Commodore-64 het ruiterspel “Shadowfax” uitgebracht. Het was een vrij saai spel. De witte ruiter werd achtervolgd door verschillende zwarte ruiters, die hij met zijn staf kon uitschakelen. Als de witte ruiter bij het eindpunt kwam, kon hij opnieuw beginnen met meer of snellere tegenstanders.

Ondertussen was voor mainframes (zoals een VAX) het doolhof adventure “The Mines of Moria” gemaakt. Dit spel is in de loop der tijden overgezet naar allerhande computers (Amiga, mmar ook PCs). Het spel was in feite een mengsel van een Dungeons & Dragons-achtig adventure systeem met “Rogue” kenmerken toegepast op karakters uit de LOTR. De eerste stap in het spel was het maken van een karakter van een bepaald ras en klasse met bepaalde eigenschappen. Een voorbeeld is een Elfen tovenaar met eigenschappen (10 STR, 13 CON, 15 INT, 9 DEX, 13 WIS, 15 CHA) en simpele kleren/wapens waardoor deze weinig armour had (aangeduid met AC) en weinig levenspunten (Hitpoints, HP). Het karakter loopt vervolgens door steeds nieuwe, veranderende dungeons, de mijnen van Moria in, waarin hij iets betere kleren en wapens vindt, monsters kon verslaan en daardoor meer ervaringspunten (XP) kon krijgen. Als het karakter een nieuw karakter niveau had bereikt kreeg deze meer levenspunten (HP), kon meer toverspreuken leren en kon zo steeds dieper de grot in. Het leuke/verslavende was dat de monsters steeds beter werden (van goblins, via orcs naar Uruk-hai, van wolven naar wargs, etc) net als de kleren (van vodden naar betoverende elfenmantels) en wapens (van een dolk naar Sting). Het einde was om vanaf niveau 50 de Balrog uit te dagen en deze dan te verslaan. In de eerste versies van dit spel waren de monsters/gevonden voorwerpen nog een letter op het scherm (g=goblin, w=wolf, s=stone), maar opvolgende versies toonden kleine graphics voor de monsters/voorwerpen.

Een vermeldenswaardige opvolger was het spel Angband (vanaf 1990) met duidelijk verwijzing naar De Silmarillion. Hierin waren ook unieke tegenstanders uit alle boeken van Tolkien (denk aan Glaurung, Sauron of Ungoliant) en het einddoel was niets minder dan Morgoth himself te verslaan. Om op niveau 100 te komen, was je uren, zoniet dagenlang zoet. Het spel was en is gratis en wie dit wil kan het downloaden van verschillende sites.

De volgende generatie computers (Amiga en XT/AT PCs) waren grafisch iets beter. Een spel uit de eerste jaren van de Amiga (1988) was “War in Middle Earth” gemaakt door Singelton (die een paar jaar eerder “The Lords of Midnight” maakte). Dat laatste spel was niet op Tolkien’s verhalen gebaseerd maar ademde wel de sfeer. “War in Middle-Earth” was een mengeling van een grafisch avontuur (de bedoeling was om in het eerste deel de Hobbits veilig naar Rivendel te brengen) met wat later een Real Time Strategy (RTS) Game werd genoemd, want in de loop van het spel kon je uit allerlei hoeken legertjes verzamelen om dan eerste kleine groepen orcs en tenslotte de overmacht bij Minas Tirith te verslaan. Net als in de Hobbit moest je het verhaal redelijk kennen om de hobbits door de gevaren te lozen en om zoveel mogelijk noodzakelijk hulp te krijgen; legers verzamelen. Echter, je kon makkelijker winnen als je Eomer met zijn ruiters in sneltreinvaart naar Weertop liet sturen, daar zowel de Donkere Ruiters als de Hobbits over de kling liet jagen, om vervolgens met Ring naar de Doemberg te rijden (voordat de zwarte sul ook enige instructie had gegeven om manschappen te verzamelen) en daar de Ring pardoes in de spleet te gooien. De versie op de Amiga bevatte nog meer van dit type bugs.

In 1990 begon de opmars van de PC. Interplay lanceerde dat jaar een van zijn eerste grafische adventures: “The Lords of Rings”. Dit keer moest je geen tekst meer typen, maar met een muis de objecten aan klikken. Bovendien werden de omgeving en de helden in 16 kleuren afgebeeld. De normale versie stond op een floppy disk, maar de CD-Rom versie bevatte ook nog eens stukken van de Bakshi verfilming. Het doel was net als bij een tekstadventure: rondhuppelen in een nieuwe wereld, objecten vinden en af en toe een slechterik neerslaan. Daarnaast had het ook enige RPG elementen. Het was een zeer succesvol spel, maar volgde Tolkien’s wereld meer in de geest dan in verhaal. In 1992 kwam de opvolger, niet verrassend: “The Lord of the Rings, Volume 2: The Two Towers”. Deel 3, “The Return of the King” was gepland, maar nooit uitgegeven, omdat deel twee niet zo goed verkocht. Bovendien had Tolkien Enterprises bezwaar gemaakt tegen veel van dit soort activiteiten.

Vanaf 1992 werden er modems verkocht, zodat computers onderling konden communiceren. Men kon daarmee inloggen op een centrale server, een zogenaamde Multi-User Dungeon/Domain (MUD). Hierop kon je een karakter maken en met andere, verschillende karakters via tekst communiceren en in de MUD vrijelijk bewegen. Vele MUDs waren uitgebreide versies van tekst adventures of spelen als “Angband”. De bekendste MUD is MUME. Sommige MUDs bestaan nog steeds!

In de tweede helft van de jaren ‘90 werden weinig andere door Tolkien geïnspireerde spelen gemaakt.